Reglement carnavalsoptochten gemeente Bunnik

Voor het deelnemen aan een carnavalsoptocht in de gemeente Bunnik is er door de gemeente Bunnik onderhavig reglement opgesteld. De doelstelling van dit reglement is het ordelijk en veilig verloop van de carnavalsoptocht en het voorkomen van incidenten. Bij het niet toepassen en/of uitvoeren van de vastgestelde regels lopen de deelnemers de kans om uit de optocht te worden verwijderd.

De eisen waaraan voertuigen op de openbare weg moeten voldoen, is onder meer vastgesteld in de wegenverkeerswet en de daarop gebaseerde “regeling voertuigen”.


Omdat carnavalswagens in de meeste gevallen niet voldoen aan de eisen van deze wetgeving, is het gebruik van dergelijke voertuigen vergunningplichtig. De wegbeheerder geeft een vergunning af voor het gebruik van de (openbare) weg. Voor carnavalsoptochten is deze toestemming van de gemeente verwerkt in een overkoepelende vergunning voor het houden van de carnavalsactiviteiten.
De evenementenvergunning heeft, in het geval van de gemeente Bunnik, betrekking op het gebruik van het wegennet van de gemeente. Als carnavalswagens van buiten de gemeente Bunnik deelnemen aan de carnavalstocht binnen de gemeente dan is, wanneer ze gebruik maken van andere wegen dan de wegen die binnen de gemeentegrenzen vallen van gemeente Bunnik, een vergunning dan wel een ontheffing van de desbetreffende wegbeheerders, noodzakelijk.


In dit reglement worden de verkeerstechnische eisen aangegeven waaraan een carnavalswagen moet voldoen. In dit reglement worden andere noodzakelijke eisen vanuit bijvoorbeeld openbare orde niet besproken.

Evenementenvergunning
Door de organisatoren van de carnavalsoptochten dient op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Bunnik een evenementenvergunning te worden verkregen voor het organiseren van een carnavalsoptocht. Daarom dient er uiterlijk 16 weken voor de aanvang van de optocht een vergunningaanvraag te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente Bunnik.

Aansprakelijkheid, verzekeringen en gedragsregels
1. Deelname aan de optocht geschiedt geheel op eigen risico.
2. De gemeente zal nimmer aansprakelijk gesteld kunnen worden voor enigerlei schade als gevolg van een onvolledige controle op de naleving van dit reglement. De verantwoordelijkheid voor de naleving van dit reglement ligt bij de organisatie en deelnemers zelf.
3. De gemeente is op geen enkele wijze aansprakelijk voor, door de deelnemers geleden, schade en /of voor, door de deelnemers, aan derden toegebrachte schade of letsel.
4. Iedere deelnemer dient persoonlijk tegen risico’s voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd te zijn.
5. Alle motorvoertuigen, zoals bedoeld in de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM); auto’s, motoren, tractoren, bromfietsers etc., dienen volgens de wettelijke bepalingen tegen risico’s voor wettelijke aansprakelijkheid te zijn verzekerd.
6. Bestuurders van voertuigen zijn in het bezit van geldige papieren voor het besturen van de voertuigen;
7. Aanwijzingen door de politie, brandweer en ambtenaren van de gemeente dienen stipt te worden opgevolgd.

Voertuigeisen
Algemene eis aan de carnavalswagens is dat deze deugdelijk zijn geconstrueerd en van een dusdanige kwaliteit zijn dat er geen verkeersgevaarlijke situaties kunnen ontstaan. De onderstaande specifieke regels zijn een uitdetaillering van deze algemene regel:
1. Tijdens de carnavalsoptocht geldt een maximum snelheid van 20 km / uur waarbij de wagens ook deze snelheid daadwerkelijk kunnen rijden.
2. Een bestuurder heeft, zonder het gebruik van camera’s, vanaf de stuurpositie voldoende zicht over het te besturen praalwagen/carnavalswagen. Hierbij mag gebruik worden gemaakt van (auto)spiegels en herkenbare markeerstokjes op de hoekpunten als deze vanaf de bestuurdersplaats niet zichtbaar zijn. Meervoudige spiegels zijn niet toegestaan. Een camera mag wel als aanvulling gebruikt worden.
3. De afmetingen van de wagens mogen: niet langer zijn dan :
– 12,00 meter (zonder trekkend voertuig)
– niet breder zijn dan : 3.00 meter
– niet hoger zijn dan : 4,20 meter
Indien de praalwagen hoger is dan 4,20 meter, dient er contact te worden opgenomen met de organisator van de optocht.
De praalwagen moet dan voor deelname aan de optocht aan een technische controle worden onderworpen, uitgevoerd door een automonteur, constructiespecialist en in aanwezigheid van tenminste één persoon van de organisatie. De controle wordt onder de verantwoordelijkheid van de organisatie uitgevoerd. Zonder goedkeuring van de (technische) controle commissie zal de praalwagen uitgesloten worden van deelname aan de optocht.
Let op: buiten de vergunde route dient u zich te houden aan de regelgeving zoals opgenomen in de wegenverkeerswet 1994.
4. De afstand van de onderkant van de praalwagen/carnavalswagen tot de bovenkant van het wegdek moet, om oneffenheden in het wegdek en vanwege mogelijke bolling van de weg minimaal 25 cm zijn (gemeten zonder de afscherming van de wielen).
5. T.a.v. de veiligheid moeten de wielen zoveel mogelijk afgeschermd worden en mogen losse draaibare delen niet boven het publiek komen.
6. Scherpe uitstekende delen aan de carnavalswagen zijn verboden.(Zoals lepels met aggregaat erop, uitstekende steigerdelen).
7. Op de carnavalswagen waarop personen vervoerd worden, dient een deugdelijke reling aanwezig te zijn. Deze reling is tenminste 1,20 meter hoog boven het vloeroppervlak van de wagen met op de helft een tussenreling.
8. De aanwezigheid van vloeibare brandstoffen (anders dan deugdelijk en veilig opgeslagen), ruimteverwarmingstoestellen en open vuur op de carnavalswagen is niet toegestaan.
9. Er mogen geen elektriciteitskabels of andere materialen over de grond slepen.
10. De ventilatie van motoren en andere verbrandingsinstrumenten dient gewaarborgd te worden.

(Brand) veiligheid en milieu
1. Het strooien van confetti, snoepgoed en milieuonvriendelijke zaken is verboden, alsook het gooien van hooi, stro en toiletpapier vanaf de carnavalswagens.
2. Op de carnavalswagen dient een EHBO – koffer aanwezig te zijn evenals een deugdelijke brandblusser van minimaal 6 kilo blusmateriaal.
3. Buiten de route en buiten de tijden van de optocht brengt u geen geluid of muziek ten gehore vanaf de carnavalswagen.
4. Het geluidsniveau van de geluidsinstallatie op de carnavalswagen mag niet meer bedragen dan 90dB (A) en 100dB(C) op één meter van de geluidsbron.
5. Personenvervoer op de carnavalswagens is alleen toegestaan tijdens de optocht. Voor en na de optocht is het verboden personen te vervoeren op de carnavalswagens.

Alcoholhoudende drank
1. Op grond van de per 1 januari 2014 gewijzigde drank- en horecawet mag er aan personen tot 18 jaar geen alcoholhoudende drank verstrekt worden en mogen personen jonger dan 18 jaar ook geen drank meer bezitten of bij zich hebben op een openbare plek/openbaar terrein. Daarom dienen deelnemende groepen en carnavalswagens met jongeren tot 18 jaar geheel alcohol vrij te zijn.
2. Bestuurders van de praalwagens en deelnemende (brom-) fietsers hebben geen alcoholhoudende dranken of drugs genuttigd. Dit wordt mogelijk voorafgaand aan de optocht gecontroleerd door de politie.

Vastgesteld op 31 december 2019
R. van Bennekom
Burgemeester Bunnik